Ga over die tafel liggen. Omhoog die slavenkont. Omhoog! Jij bent schuldig. Schuldig als de pest ben jij. En je moet gestraft worden. En je moet maar dankbaar zijn. Je meesteres dankbaar zijn, omdat ze je straft. Ga zo liggen dat je pik vrij blijft. Zie je wat ik in mijn hand heb, slaaf! Stom stuk vreten! Kijk je daar nou liggen, over een tafel heen, je broek om je enkels, je bloes omhoog geschoven. Wat een vies gezicht, die blote, walgelijke reep, die stijve, harde pik, die gore hondepik. Spreek daar geen schuld uit, uit die obscene houding, uit het hele lijf van je. Godverdomme! Zie je wat ik in mijn hand heb? Zie je het slaaf? Een zweep, juist een zweep. We gaan die reet van jou eerst ns wat opwarmen slaaf, voor het grover werk. Gaat die dan nog meer kloppen, die pik van je. Tel mee, slaaf. Tel de slagen van de zweep.
En bedank me. Bedank me voor iedere slag. Eén. Twee. Drie. Vier.
Vijf. Dank u, meesteres, dank u. En waag het niet te kruinen, slaaf. Tel door. Zes! Zeven!
Acht! Negen! Waag het niet. En dan gaan we door, slaaf. 10, 11, 12, 13, 14, 15. En trek nou die reet van je van elkaar, slaaf.
Houd hem open voor me. Ik ga je naaien. Ik ga je als een stuk vee verkrachten. Hier, daar komt die kunstspik. Recht dat gat van je in. En pak die pik beet van je dan. Trek je af. Dat vind je lekker, hè? Stomst stuk vreten. Om verkracht te worden door je mevrouw. Door je meesteres. Door een groot, sterk wijf. Kijk, kijk, kijk nou toch hoe je staat te rukken.
Terwijl ik je naai. Wat geil word je toch, hè? Als je door een vrouw genaaid wordt. Kijk, wat een walgelijk gezicht. Kijk die slaaf spuit he. Spuit, spuit dan, klootzak. Spuit je vlo Lik op dat smerige goedje. Kruip, kruip over je vloer en lik. Lik smerig beest, lik die gore troep op.
Dit was jouw meesteres, de gravin. En jij was mijn liederlijk zwijg.